Wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ gepubliceerd

Op 17 juni 2020 is het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ (het wetsvoorstel) aan de Tweede Kamer aangeboden. Op basis hiervan moet vanaf 1 januari 2023 een fictieve winstuitdeling in aanmerking worden genomen voor zover de schulden van de aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) en zijn partner aan de eigen vennootschap gezamenlijk meer bedragen dan € 500.000. Deze fictieve winstuitdeling is belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Ab-houders hebben tot 31 december 2023 de tijd om te anticiperen op het wetsvoorstel.

Doel

Het kabinet beoogt met dit wetsvoorstel om per 1 januari 2023 leningen van een vennootschap aan zijn directeur-grootaandeelhouder en andere ab-houders te ontmoedigen. Op dit moment is het voor ab-houders mogelijk om inkomstenbelastingheffing in box 2 uit te stellen door te lenen van de eigen vennootschap in plaats van het uitkeren van dividend. Dit uitstel van belastingheffing – maar ook het afstellen hiervan – wil het kabinet met deze maatregel tegengaan.

Peildatum

Als gevolg van de in het wetsvoorstel opgenomen maatregel gaan ab-houders in box 2 inkomstenbelastingheffing betalen voor zover (i) zij op de jaarlijkse peildatum meer dan € 500.000 lenen van hun vennootschap(pen) en (ii) de maatregel niet in een eerder jaar al op het meerdere is toegepast. De eerste peildatum is 31 december 2023. De eigenwoningschuld aan de vennootschap blijft onder voorwaarden buiten beschouwing bij het vaststellen van de schuld aan de vennootschap.

Geen dubbele inkomstenbelastingheffing

Het wetsvoorstel was al in maart 2019 in concept ter consultatie aangeboden (zie hierover ons nieuwsbericht van 5 maart 2019). Het conceptwetsvoorstel gaf aanleiding tot veel kritiek, mede vanwege een mogelijke dubbele inkomstenbelastingheffing bij de ab-houder. Het aan de Tweede Kamer aangeboden wetsvoorstel voorziet in een regeling die deze dubbele heffing in beginsel voorkomt.

Groep belastingplichtigen

De schulden van de ab-houder en zijn partner worden samengeteld bij toepassing van de fictie. Het is voor de grens van € 500.000 dus niet relevant of de schulden aan de vennootschap zijn aangegaan door de belastingplichtige of door zijn partner. Tevens is niet relevant of de partner zelf ook ab-houder is. Daarnaast is de voorgestelde maatregel van toepassing op schulden die bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van de ab-houder of van zijn partner ‒ (schoon)(groot)ouders en (schoon)(klein)kinderen ‒ hebben aan de vennootschap.

Alle soorten leningen

Alle soorten leningen vallen onder de regeling. Hieraan wordt een ruime invulling gegeven. Zo vallen ook schulden onder de maatregel die niet rechtstreeks bij de vennootschap zijn aangegaan, maar indirect wel van de vennootschap afkomstig zijn. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het in- en doorlenen via een andere (rechts)persoon aan de ab-houder en leningen van een derde aan de ab-houder onder garantstelling door de vennootschap.

Eigenwoningschuld is uitgezonderd

Onder bepaalde voorwaarden is de eigenwoningschuld van de ab-houder uitgezonderd van de maatregel. Een schuld wordt voor de toepassing van de maatregel niet als schuld in aanmerking genomen als deze kwalificeert als eigenwoningschuld voor de eigenwoningregeling in box 1 en voor zover ter zake van die schuld door de ab-houder een recht van hypotheek is verstrekt. Alleen voor op 31 december 2022 bestaande eigenwoningschulden hoeft geen hypotheekrecht te zijn verstrekt.

Bestaande afspraken

Het wetsvoorstel gaat summier in op de gevolgen voor bestaande afspraken (zoals vaststellingsovereenkomsten) over rekening-courantverhoudingen die in de praktijk door belastingplichtigen met de Belastingdienst zijn gemaakt. Bestaande afspraken die zien op een totaal aan schulden tot € 500.000 komen niet te vervallen. Bestaande afspraken die zien op een schuldentotaal van meer dan € 500.000 komen na inwerkingtreding van de maatregel mogelijk wel te vervallen. Dit is afhankelijk van de gemaakte afspraken.

Anticiperen is mogelijk, kom tijdig in actie

Nu de inwerkingtreding van de maatregel is voorzien per 1 januari 2023 (en de peildatum valt op 31 december 2023) hebben ab-houders tot 31 december 2023 de tijd om te anticiperen op het wetsvoorstel. In algemene zin kan worden gedacht aan fiscaal belaste afbouw van schulden middels dividenduitkering ofwel kwijtschelding door de vennootschap(pen). Voor fiscaal onbelaste varianten kan worden gedacht aan (partiële) herfinanciering van bestaande schulden en overdracht van gefinancierde box 3 vermogensbestanddelen aan de vennootschap(pen).


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s