PRINSJESDAGSPECIAL EN BELASTINGPLAN 2021

De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2021 in werking treden, tenzij anders vermeld.

COVID-19

Coronareserve

Om op een vroeger moment een verwacht verlies over 2020 te verrekenen, is onder voorwaarden al goedgekeurd dat belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting over het boekjaar 2019 een fiscale reserve kunnen vormen (coronareserve). Belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting kunnen deze coronareserve vormen voor het corona gerelateerde verlies dat zich naar verwachting in het boek-jaar 2020 voordoet. De coronareserve verlaagt de winst over 2019 en daardoor kan op korte termijn (een deel van) de betaalde belasting over 2019 terug gekregen worden, of hoeft (een deel van) de belasting over 2019 niet meer te worden betaald. Met dit voorstel wordt de al bestaande goedkeuring in wetgeving omgezet.

Let op!
De coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 en ook niet groter dan het totale verwachte verlies in het jaar 2020.

Vrijstelling Subsidie vaste lasten


Medio 2020 heeft het kabinet de TOGS vervangen door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (ook wel tegemoetkoming vaste lasten (TVL) genoemd). Het Belastingplan 2021 regelt dat dit voordeel vrijgesteld is van inkomsten- en vennootschapsbelasting. De bepaling treedt met te-rugwerkende kracht in werking op 1 januari 2020.

Vrijstelling TOGS

Ondernemers die directe schade ondervonden van de coronamaatregelen, konden in een deel van 2020 profiteren van de regeling ‘Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19’ (TOGS). Dit voordeel betrof een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 om de vaste lasten te betalen. In het Belastingplan 2021 is opgenomen dat dit voordeel onbelast is.

Let op!
Eventuele terugbetalingen van TOGS-subsidies zijn dus ook niet aftrekbaar.

Onbelaste bonus voor zorgprofessional

Verschillende zorgprofessionals hebben in hun werk (in)direct de gevolgen van de uitbraak van de co-ronacrisis ondervonden. Het kabinet wil dat deze zorgprofessionals een bonus krijgen van € 1.000 zon-der dat zij daarover inkomstenbelasting betalen. Werkgevers kunnen deze bonus onder voorwaarden ook onbelast verstrekken aan anderen dan eigen werknemers. Daarbij valt te denken aan ingeschakelde zelfstandigen en extern ingehuurd schoonmaakpersoneel.

Let op!
De “werkgever” moet over de bonus aan anderen dan eigen werknemers in principe 75% eindheffing toepassen.

Fiscale kwalificatie TOFA-bijdrage

Door de coronacrisis getroffen flexibele arbeidskrachten konden over de maanden maart, april en/of mei 2020 onder voorwaarden een tegemoetkoming krijgen van het UWV. Dit vloeit voort uit de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA). Het Belastingplan 2021 bepaalt dat de TOFA-bijdrage telt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Het UWV is de inhoudingsplichtige en past in beginsel standaard de loonheffingskorting toe.

Let op!
Op de TOFA-bijdrage wordt, ook zonder verzoek, de standaardloonheffingskorting toege-past. Ook als de heffingskorting al door een andere inhoudingsplichtige wordt toegepast.

ONDERNEMINGEN

Onderzoek invoering vermogensaftrek

Om de fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen evenwichtiger te maken, komt er een on-derzoek naar een budgettair neutrale invoering van een vermogensaftrek. We kennen al een earnings-strippingmaatregel. Deze regel beperkt de aftrek van rente om te voorkomen dat bedrijven bovenmatig met vreemd vermogen worden gefinancierd. Het verder beperken van de renteaftrek voor vreemd ver-mogen bij ondernemingen zal ook worden meegenomen in het onderzoek naar een vermogensaftrek.

Verrekening voorheffingen met vpb

Het voornemen is om voor de vennootschapsbelasting de verrekening van voorheffingen zoals de divi-dend- en de kansspelbelasting per 1 januari 2022 te beperken tot de in een jaar verschuldigde vennoot-schapsbelasting. De niet verrekende voorheffingen kunnen worden doorgeschoven naar een later jaar.

Aanpassing renteaftrekbeperking

Op basis van een nieuwe renteaftrekbeperking worden onder omstandigheden renten (waaronder kos-ten en valutaresultaten) ter zake van schulden aan een verbonden lichaam of verbonden natuurlijke persoon van aftrek uitgesloten. Hiermee wordt beoogd om belastinggrondslaguitholling door renteaftrek
binnen concernverband tegen te gaan. Gedoeld wordt op de situatie dat negatieve renten en valuta-winsten het bedrag aan positieve renten, kosten en valutaverliezen overschrijdt, per saldo leidend tot een vrijstelling. Per kwalificerende schuld kan de specifieke renteaftrekbeperking per saldo niet langer leiden tot een lagere winst.

Hoge Vpb-tarief gaat toch niet omlaag

De leerste tariefschijf in de vennootschapsbelasting wordt vanaf volgend jaar in twee stappen verhoogd naar
€ 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022. Maar de eerder aangekondigde verlaging van vennoot-schapsbelasting over winsten in de tweede schijf, van 25% naar 21,7%, gaat niet door. Voor kleine bedrijven (met een winst tot € 245.000 in 2021) gaat deze belasting wel omlaag van 16,5 naar 15%.

Tip!
Vennootschappen in een fiscale eenheid kunnen overwegen om de fiscale eenheid te be-eindigen zodat voor iedere vennootschap de verlaagde tariefschijf benut kan worden.

Innovatiebox minder voordelig

Als ondernemingen (bv’s, nv’s, etc.) winst maken met innovatieve activiteiten, hoeven zij over dit deel van de winst minder vennootschapsbelasting te betalen. Voor deze innovatieve winsten geldt de zogenaamde innovatiebox. Per 1 januari 2021 stijgt het effectieve tarief van de innovatiebox van 7% naar 9%.

Versnelde afbouw zelfstandigenaftrek

De eerder geplande afbouw van de zelfstandigenaftrek wordt versneld. In 2021 daalt de zelfstandigen-aftrek van € 7.030 naar € 6.670. Tot 2028 bedraagt de jaarlijkse verlaging € 360, in 2028 € 390 en daarna tot 2036 jaarlijks € 110.

Let op!
Uiteindelijk zal de zelfstandigenaftrek in 2036 nog maar € 3.240 bedragen.

Eenduidige berekeningswijze KIA

De berekeningswijze van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) wordt voor belastingplichtigen met meerdere ondernemingen en belastingplichtigen die deel uitmaken van een samenwerkingsverband (bijv. Vof) verduidelijkt. Een ondernemer heeft recht op KIA naar evenredigheid van zijn investerings-bedrag t.o.v. het totaal van de investeringen van het samenwerkingsverband en de buitenvennoot-schappelijke investeringen van de ondernemer. Voor het bepalen van de hoogte van de KIA per onder-neming wordt voortaan uitgegaan van het investeringsbedrag per onderneming van de belastingplichtige.

Baangerelateerde Investeringskorting

Bij nota van wijziging op het Belastingplan 2021 zal het kabinet per 1 januari 2021 een Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) voorstellen. De BIK laat ondernemers een percentage van de gedane inves-teringen in mindering brengen op de loonheffing. Het kabinet wil deze korting tijdelijk invoeren per 2021 als crisismaatregel. Na afloop van de BIK zal deze budgettaire ruimte worden gebruikt voor een nader te bepalen maatregel met hetzelfde doelbereik (het verlagen van werkgeverskosten).

Beperking verliesverrekening

Bij nota van wijziging op het Belastingplan 2021 zal het kabinet per 1 januari 2022 een in de tijd onbe-perkte voorwaartse verliesverrekening voorstellen (terwijl dat nu zes jaar voorwaarts is). Daarbij zijn de verliezen (zowel voorwaarts als achterwaarts) echter slechts tot een bedrag van € 1 miljoen aan belast-bare winst volledig verrekenbaar. Bij een hogere winst zijn de verliezen slechts tot 50% van die hogere belastbare winst in een jaar verrekenbaar. Deze maatregel volgt uit een van de aanbevelingen van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals.

WERKGEVER

Vrije ruimte 2020 gaat omhoog

Voor 2020 wordt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling (WKR) met terugwerkende kracht verruimd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom. Werkgevers kunnen daardoor hun werk-nemers extra tegemoetkomen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een cadeaubon.

Let op!
Vanaf 1 januari 2021 wordt de vrije ruimte over de loonsom boven de € 400.000 verlaagd van 1,2% naar 1,18%.

Verduidelijking afdrachtvermindering

Voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) bestaat onder voorwaarden recht op een korting op de af te dragen loonheffingen voor private ondernemingen. De bedoeling is dat die korting alleen geldt voor private ondernemingen. Om dat duidelijk te maken is in de wet het begrip publieke kennisinstelling aangepast. De woorden ‘zonder winstoogmerk’ in de wettelijk definitie van het begrip kennisinstelling is komen te vervallen.

Let op!
De afdrachtvermindering voor S&O-werk geldt alleen voor private ondernemingen.

Scholingskosten ex-werknemer ook vrijgesteld

Vanaf 1 januari 2021 mag een werkgever in beginsel de scholingskosten van een ex-werknemer ver-goeden, zonder dat deze werknemer daarover inkomstenbelasting moet betalen. Het is dan niet langer van belang of sprake is van tegenwoordige of vroegere arbeid. De opleiding of studie moet gevolgd worden voor een toekomstig beroep en mag niet zien op onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden om de dienstbetrekking te vervullen of vanwege persoonlijke redenen, zoals een hobby.

Let op!
Deze scholingskostenvergoeding mag niet meer dan 30% hoger zijn dan de scholingskos-tenvergoeding die de werkgever in vergelijkbare gevallen toekent.

Aanpassingen pensioenen

De AOW-leeftijd blijft in 2021 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd jaarlijks, tot aan 67 jaar in 2024.

In het kader van de uitwerking van het Pensioenakkoord komt de regering in 2021 met wetsvoorstellen zodat duidelijker wordt:
• wat mensen aan premie voor hun pensioen inleggen;
• wat ze aan vermogen opbouwen;
• hoeveel hun pensioen later wordt.

Ook is het de bedoeling dat het pensioen sneller meebeweegt met de economie. Dat wil zeggen omhoog als het economisch goed gaat en omlaag als economisch slechter gaat. Uiterlijk 2026 zou Nederland moeten overgaan op het nieuwe pensioenstelsel.

Let op!
Doel is dat uiterlijk 2026 het nieuwe pensioenstelsel in werking treedt. De aanpassingen moeten nog in wetsvoorstellen vastgelegd worden.

INTERNATIONAAL

Beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling

Er komt een aanscherping van de liquidatieverliesregeling. Deze regeling vormt een uitzondering op de deelnemingsvrijstelling: verliezen verbonden aan de liquidatie van deelnemingen kunnen zo toch ten laste van de Nederlandse winst worden gebracht. Voor vaste inrichtingen geldt een vergelijkbare uit-zondering op de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten, namelijk de stakingsverlies-regeling.
Er komen drie nieuwe voorwaarden voor het in aanmerking nemen van een liquidatie- of stakingsverlies:

1. Temporele voorwaarde: het verlies wordt in aanmerking genomen bij liquidatie binnen drie jaar na het jaar van (besluit tot) staking.
2. Territoriale voorwaarde: slechts aftrek van verlies uit Nederland, de EU, de EER en derde landen waarmee de EU een kwalificerend associatieverdrag heeft gesloten.
3. Kwantitatieve voorwaarde: slechts aftrek van liquidatieverlies indien sprake is van beslissende invloed.

Om de regeling uitvoerbaar te maken, is voorgesteld om de beperking in principe slechts toe te passen voor zover het verlies meer bedraagt dan € 5 mln.

Tip!
Er is overgangsrecht voorgesteld voor situaties waarin de ondernemingen van deelnemin-gen zijn geliquideerd of gestaakt voor 1 januari 2021. Als de vereffening is voltooid voor eind 2023 gelden de nieuwe voorwaarden niet.

Samenloop ATAD2 en earningsstripping

Als het jaar waarin vergoedingen of betalingen in aftrek worden geweigerd of tot de winst worden gerekend niet samenvalt met het jaar van dubbel in aanmerking genomen inkomen, dan is het extra opletten geblazen. Dan geldt namelijk de specifieke uitzondering waardoor in het latere jaar het dubbel in aanmerking genomen inkomen aftrekbaar is. Door de voorgestelde uitbreiding van het rentebegrip in de earningsstrippingmaatregel en de minimumkapitaalregel valt het bedrag aan dubbel in aanmerking genomen inkomen dat ingevolge de specifieke uitzondering in aftrek is toegestaan, in een later jaar onder het rentebegrip van de earningsstrippingmaatregel en de minimumkapitaalregel. Dit bedrag kan in een later jaar mogelijk dus alsnog in aftrek worden beperkt.

Let op!
Het voorstel raakt situaties waarin een vergoeding of betaling niet samenvalt met dubbel in aanmerking genomen inkomen. In een later jaar kan de aftrek van zo’n vergoeding of betaling alsnog beperkt zijn.

Aanpassing arm’s-lengthbeginsel

Het arm’s-lengthbeginsel houdt in dat afzonderlijke vennootschappen die binnen een concern met elkaar handelen, daar ook marktconforme prijzen voor betalen. Dit is met name relevant in internationale situaties. In het voorjaar van 2021 komt het kabinet met een afzonderlijk wetsvoorstel om een neer-waartse aanpassing van de Nederlandse fiscale winst volgens het arm’s-lengthbeginsel te beperken als de vergoeding in een ander land bij een gelieerde partij niet of voor een lager bedrag als opbrengst in de heffing wordt betrokken. Deze maatregel beoogt belastingontwijking tegen te gaan.

ONROEREND GOED

Startersvrijstelling overdrachtsbelasting

Starters op de woningmarkt worden onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Zij moe-ten hiervoor 18 tot 35 jaar zijn, een (recht op een) woning verkrijgen en de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. Ook mag de vrijstelling niet eerder zijn benut. Of aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt beoordeeld ten tijde van de verkrijging (het passeren van de akte). Bij een geza-menlijke aankoop van een woning, moet men de toepassing van de vrijstelling per persoon bekijken. Mogelijk geldt voor het aandeel van de ene koper een vrijstelling en voor het aandeel van de andere koper niet.

Let op!
Er geldt een overgangsregeling voor kopers die vóór 1 januari 2021 een woning hebben gekocht. Als zij aan alle voorwaarden voldoen, kunnen ze de vrijstelling toepassen bij een volgende aankoop.

Beperking verlaagd tarief

Het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting van 2% geldt enkel nog voor natuurlijke personen die een woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. De verkrijger moet direct voorafgaand aan de verkrijging schriftelijk verklaren dat dit de intentie is. De Belastingdienst zal achteraf controleren of de verkrijger de woning inderdaad voor langere tijd als hoofdverblijf is gaan gebruiken. De fiscus kan de toepassing van het verlaagde tarief daardoor terugdraaien (met belastingrente en evt. een boete). De Belastingdienst moet rekening houden met onvoorziene omstandigheden, zoals een scheiding of overlijden.

Fictief OG en economische eigendom

Twee zaken worden uitgezonderd van toepassing van de startersvrijstelling en het verlaagd tarief voor de overdrachtsbelasting. Allereerst is uitgezonderd de verkrijging van enkel de economische eigendom van een woning, zonder dat ook de juridische eigendom wordt geleverd. Daarnaast is uitgezonderd de verkrijging van aandelen in een rechtspersoon die vooral onroerend goed bezit.

Let op!
De verkrijging van een specifiek recht van lidmaatschap van een vereniging of coöperatie, inclusief het recht op het gebruik van minstens 90% van een woning, kan wel onder de vrijstelling of het verlaagd tarief vallen.

Overdrachtsbelasting verhoogd naar 8%

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6% naar 8%. Dit tarief geldt voor alle niet-woningen en voor woningen die door de verkrijger niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf worden gebruikt. Dus bijvoorbeeld voor vakantiewoningen, woningen die ouders kopen voor hun kind, bedrijfspanden, en verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen zoals rechtspersonen (bijvoorbeeld een bv of woningcorporatie).

Tip!
Houd rekening met een verhoging van het algemene tarief van de overdrachtsbelasting per 2021 naar 8%. Zorg zo mogelijk voor overdracht in 2020; dat scheelt overdrachtsbelasting.

Aangifte doen bij vrijstelling ovb

In de wet wordt opgenomen dat als een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting wordt toegepast, voor die verkrijging een aangifte overdrachtsbelasting moet worden ingediend. Als de verkrijging niet via de notaris verloopt, moet de verkrijger eerst om een uitnodiging tot het doen van aangifte verzoeken. Dit moet binnen een maand na de verkrijging. De inspecteur stelt vervolgens vast wanneer de aangifte binnen moet zijn. Die termijn is minimaal een maand. Als er een notariële akte wordt opgemaakt, ver-zorgt de notaris de aangifte.

Tip!
Bewaak dat bij vrijstelling voor de overdrachtsbelasting er een aangifte wordt ingediend. Als er en notariële akte wordt opgemaakt, verzorgt de notaris die aangifte.

Tarief aanhorigheden

Aanhorigheden zijn objecten die bij een woning behoren, zoals een schuur, garage, enz. De vrijstelling of het verlaagde tarief (2%) voor de overdrachtbelasting kan vanaf 1 januari 2021 enkel nog worden toegepast als deze aanhorigheden gelijktijdig met de woning worden verkregen.
Uiteraard moet de vrijstelling of het verlaagde tarief dan ook op de woning van toepassing zijn.
Later verkregen aanhorigheden vallen altijd onder het algemene tarief van 8%.

Tip!
Zorg dat aanhorigheden gelijktijdig met de woning worden verkregen per 2021.

PARTICULIEREN

Aanpassingen voor box 3, sparen en beleggen

Om de belastingdruk op kleinere vermogens te verzachten, wordt voorgesteld het heffingsvrije ver-mogen in box 3 te verhogen van € 30.846 naar € 50.000 (voor partners samen van € 61.692 naar € 100.000). Ook worden de schijfgrenzen opnieuw vastgesteld, waarbij de 2e schijf begint bij een ver-mogen van € 100.000 en de 3e schijf bij € 1.000.000. Om dit pakket deels te dekken, wordt het belas-tingtarief in box 3 verhoogd van 30% naar 31%.

Doordat het belastbaar inkomen in box 3 voor iedereen daalt, heeft dit een neerwaarts effect op het verzamelinkomen. Om te voorkomen dat hierdoor meer aanspraak gemaakt kan worden op een (ho-gere) toeslag, wordt voorgesteld om de vermogenstoets voortaan te baseren op de rendementsgrond-slag in box 3.

Tarieven inkomstenbelasting 2021

Belastingplichtigen die aan het begin van 2021 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, krijgen in 2021 naar verwachting met de volgende tariefschijven te maken.

Box 1-tarief 2021 Bel.ink. meer dan (€) maar niet meer dan (€) Tarief 2021 (%)

Schijf laag tarief                  –                        68.507                    37,10%
Schijf hoog tarief              68.507                          –                     49,50%

Deze percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen. Voor wie andere premies volksverzekerin-gen gelden, is een andere tariefstructuur van toepassing.

Gewijzigde heffingskortingen

Hierin zijn alleen de wijzigingen in heffingskortingen opgenomen zoals vermeld in de Memorie van toe-lichting van het Belastingplan 2021. Deze betreffen belastingplichtigen die jonger zijn dan de AOW-leeftijd. Voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima.

Heffingskortingen                         2020 (€)      2021 (€)
Algemene heffingskorting
maximaal                                      2.711          2.837
Arbeidskorting max.                       3.819          4.205
Inkomensafhankelijke com-
binatiekorting max.                        2.881          2.815
Jonggehandicaptenkorting                 749             761

Gewijzigde ouderenkorting

De ouderenkorting voor AOW-gerechtigden wordt extra verhoogd. De alleenstaande ouderenkorting ondergaat slechts een inflatiecorrectie.

Heffingskortingen                      2020 (€)                 2021 (€)
Ouderenkorting
maximaal                                     1.622                    1.703
Alleenstaande ouderenkorting           436                       443

Landgoederen

Per 1 januari 2021 gaan andere voorwaarden gelden voor het aanmerken van onroerende zaken als natuurschoonwetlandgoed (NSW-landgoed). Hiervoor geldt al overgangsrecht op grond waarvan voor deze onroerende

zaken nog maximaal 10 jaar de huidige voorwaarden gelden. De voorgestelde wijziging heeft betrekking op het al dan niet invorderen van fiscale claims erf-, schenk- en overdrachtsbelasting voor onroerende zaken die op  31 december 2020 als NSW-landgoed zijn aangemerkt.

Levensloop, inhoudingsplicht

Het overgangsrecht voor levensloopregelingen eindigt vanaf 1 januari 2022. Als eind 2021 nog een levensloopaanspraak bestaat, wordt de waarde van die aanspraak belast. Dit geldt voor de deelnemers die de waarde van de levensloopaanspraak niet voor 1 januari 2022 hebben laten uitkeren en waarbij ook anderszins nog geen heffing heeft plaatsgevonden. Voor een goede afwikkeling van het overgangs-recht van de levensloopregeling wordt de instelling (bank, verzekeraar, enz.) inhoudingsplichtig voor de loonheffing. Dit voor het fictieve genietingsmoment over de waarde van de levensloopaanspraak. De instelling kan de loonheffing direct verhalen op de (ex) werknemer. Vanwege de heffing in box 3 wordt het fictieve genietingsmoment vervroegd naar 1 november 2021.

Let op!
De levensloopverlofkorting en de overige heffingskortingen kan de (ex) werknemer clai-men bij de aangifte inkomstenbelasting.

Tip!
Het fictieve genietingsmoment wordt november 2021. Zo kan de werknemer voor 1 januari 2022 zijn belastingschuld betaald hebben. Aldus wordt het box 3 vermogen verlaagd.

Proportionaliteit kinderopvangtoeslag

Als de kosten van kinderopvang door de ouder slechts gedeeltelijk zijn betaald, wordt het recht op toeslag voortaan vastgesteld naar rato van het bedrag aan kosten dat tijdig is betaald. Het volledige bedrag aan toeslag wordt dus niet langer teruggevorderd. Dit is een wettelijke vastlegging van de uit-spraken van de Raad van State sinds oktober 2019. Ook krijgt de Belastingdienst/Toeslagen de be-voegdheid om bij bijzondere omstandigheden de terugvordering van kinderopvangtoeslag te matigen. Voorts komt er meer ruimte voor belanghebbenden om hun zienswijze kenbaar te maken bij het vast-stellen van een definitieve beschikking. Er komt meer maatwerk.

Doelmatigheidsgrens toeslagen

Het terugvorderen van eerder verleende tegemoetkomingen of voorschotten wordt beperkt. Er wordt een koppeling gemaakt met de doelmatigheidsgrens voor de inkomstenbelasting. Door de Belasting-dienst/Toeslagen terug te vorderen bedragen tot € 47 (bedrag 2020) worden niet meer geïnd.

Let op!
De doelmatigheidsgrens geldt niet voor nabetalingen aan toeslaggerechtigden.

Informatieverplichting toeslagen

Belanghebbenden moeten alle informatie verstrekken die voor de toekenning van toeslagen nodig is. Er wordt vastgelegd dat een belanghebbende minimaal twee weken de tijd krijgt om op een aanmaning (een herinnering op een verzoek om informatie) te reageren. Uiterlijk bij die aanmaning moet de Belas-tingdienst/Toeslagen aangeven wat de mogelijke gevolgen zijn van het niet nakomen van de informa-tieverplichting. Bovendien moet de Belastingdienst zich voor de aanmaning al redelijkerwijs hebben ingespannen om de informatie te verkrijgen.

Kwijtschelding toeslagschulden

Op een nog nader te bepalen tijdstip wil het kabinet een regeling voor het kwijtschelden van toeslag-schulden invoeren. Het gaat om gevallen waarin er buitengewoon bezwaar is om een terugvordering geheel of gedeeltelijk te voldoen. Van buitengewoon bezwaar is sprake als er geen middelen zijn of worden verwacht om een schuld binnen afzienbare tijd af te kunnen lossen. Ook andere omstandighe-den zijn denkbaar, maar er zullen strikte voorwaarden gelden. Onder de gedeeltelijk of geheel kwijt te schelden bedragen behoren ook invorderingskosten, invorderingsrente en boetes.

Toeslagpartnerschap

Vaak ontstaan problemen doordat burgers als toeslagpartners worden aangemerkt en daardoor toesla-gen teruggevorderd worden. Voor gehuwde partners, waarvan er één wordt opgenomen in een verzor-gingshuis, wordt het mogelijk om het partnerschap voor de toeslagen te beëindigen. Er komt ook een uitzondering voor twee personen die allebei een zakelijke huurovereenkomst met een derde hebben. Waarschijnlijk volgt later een uitzondering voor gedetineerden. Bovendien zal het partnerschap niet meer terugwerken naar het begin van het kalenderjaar. Het geldt pas vanaf de eerste dag van de volgende maand.
Onverzekerde toeslagpartner
Voor het vaststellen van het recht op zorgtoeslag van toeslagpartners wordt niet langer gekeken of de partner verplicht is verzekerd voor de Zorgverzekeringswet. Nu ontvangt de aanvrager geen zorgtoeslag als zijn partner geen zorgverzekering heeft. Toeslagpartners ontvangen voortaan 50% van de tweeper-soonstoeslag als een van hen geen zorgverzekering heeft. Het maakt daarbij niet uit wat daarvan de reden is.

AUTO & MOBILITEIT

Verhoging BPM tarieven

De CO2-schijfgrenzen van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) worden verlaagd met 4,2%. Daarnaast vindt een indexatie van de tarieven plaats, gevolgd door een verhoging met 4,38%. Dit alles om de belastinggrondslag aan te laten sluiten aan de (verwachte) technologische ont-wikkelingen.
Let op!
Rijden met een vervuilende dieselauto wordt ook duurder door een aanscherping van de CO2-grens en een verhoging van het tarief voor de dieseltoeslag.
Lagere bijtelling zonnecelauto’s
Voor nieuwe emissievrije auto’s zoals elektrische auto’s is in 2020 de bijtelling 8% van de catalogus-waarde tot € 45.000. In 2021 geldt een bijtelling van 12% over maximaal € 40.000. Anders dan voor elektrische auto’s geldt voor een waterstofauto geen maximale catalogusprijs waarop de lagere bijtelling van toepassing is, de lagere bijtelling geldt over de volledige cataloguswaarde.
Het kabinet stelt nu voor om ook voor zonnecelauto’s dezelfde regeling te introduceren als voor water-stofauto’s. Een bijtelling van 12% in 2021 berekend over de volledige cataloguswaarde. Een zonnecel-auto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen.

Tip!
Voor auto’s met een waterstofmotor geldt nu al over de volledige cataloguswaarde een verlaagde bijtelling wegens privégebruik. Voor zonnecelauto’s geldt dat vanaf 2021.

Energiebelasting openbare laadpalen

In 2020 kent de energiebelasting een verlaagd tarief voor elektriciteit geleverd aan openbare laadpalen. Ook is er geen tarief vastgesteld voor de ODE (Opslag Duurzame Energie) voor geleverde elektriciteit aan openbare laadpalen . Het kabinet wenst deze maatregelen tot en met 2022 te verlengen. De inschatting is dat de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie hiermee zal instemmen

OVERIGE MAATREGELEN

Stijging ODE-tarieven ten bate van SDE++

In verband met het Klimaatakkoord vindt een uitbreiding plaats van de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) met een module klimaattransitie (SDE++). De samenhangende kasuitgaven van deze regeling worden gedekt door verhoogde heffing op verbruik van elektriciteit en aardgas door bedrijven. Men noemt deze heffing de opslag voor duurzame energie- en klimaattransitie (ODE). De ODE is een opslag op de energiebelasting. Voor huishoudens wordt de ODE-bijdrage gunsti-ger met een aanvullende verhoging van de belastingvermindering in 2021 (€ 5,40) en 2022 (€ 1,00).

Invoering CO2-heffing

Er wordt een CO2-heffing voor de industrie ingevoerd. Deze ziet hoofdzakelijk op de emissie van broei-kasgas bij en voor industriële productie en afvalverbranding. De heffing zal in de eerste plaats gebeuren bij installaties vallend onder het EU ETS. Daarnaast vindt heffing plaats bij afvalverbrandingsinstallaties en installaties met substantiële lachgasuitstoot. Een deel van de uitstoot wordt vrijgesteld. Deze vrij-stelling wordt lineair afgebouwd.

Verlaging tarief verhuurderheffing

Het kabinet wil woningcorporaties verplichten de huurprijzen van huurders met een inkomen onder de inkomensgrenzen voor de huurtoeslag te verlagen. Zij krijgen hiervoor een tegemoetkoming in de vorm van een verlaging van de verhuurderheffing. Het tarief wordt verlaagd met 0,036 procentpunt


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s